Vrouwen en leiding in de gemeente.

In het oude testament hadden (ook gehuwde) vrouwen een bestuurlijke functie:

Mirjam: Mozes, Aaron en Mirjam werden vooruit gestuurd, Micha 6:4
Ik heb u immers uit het land Egypte geleid, u verlost uit het slavenhuis. Ik heb Mozes, Aäron en Mirjam vóór u uit gezonden.

Mirjam Ex. 15:20
Toen nam Mirjam, de profetes, de zuster van Aäron, de tamboerijn in haar hand, en alle vrouwen gingen achter haar aan met tamboerijnen en in reidansen.21En Mirjam zong hun ten antwoord:
Zingt de Here, want Hij is hoog verheven,
het paard en zijn ruiter heeft Hij in zee geworpen.


Hulda 2 Kon 22: 14
Toen gingen de priester Hilkia, Ahikam, Achbor, Safan en Asaja naar de profetes Hulda, de vrouw van Sallum, de zoon van Tikva,......

Hand. 21:9
Deze had vier dochters, nog maagden, die profeteerden.

Nazireér: Wanneer een man of vrouw een bijzondere gelofte aflegt om zich als nazireeër aan de HEER te wijden (Num. 6:2]
Rechter: Deborah (Richters 4:4, Debora was gehuwd).
Stichter van dorpen/steden: 1 iron. 7:24.
Onderhandelaars: Een wijze vrouw (2 Sam. 20:16]

Conclusie: God heeft vrouwen gebruikt in een leiderschapspositie, tegen de toen bestaande cultuur in.

Op verschillende plaatsen heeft Paulus het tegen de gemeenten wat betreft de positie van mannen en vrouwen. Het was dus geen wet, Paulus zelf sprak om de orde te herstellen

In de cultuur van die tijd was het gepast voor een vrouw om het hoofd te bedekken.
Die gewoonte was zo dat het aanstootgevend was als zij dat niet deed. (1 Kor. 11:5,6: 'Als een kaalgeschoren vrouw'.) Dit vinden we niet terug in de wetten die God gaf in het Oude Testament!
Paulus komt dus terug op een wet die er later door mensen is bijgemaakt.

De mannen moesten met onbedekt hoofd bidden (2 Kor. 11:7] en met opgeheven handen. [1 Tim. 2:B).
In Korinthe werd door vrouwen blijkbaar ook gebeden en geprofeteerd met 'onbedekt hoofd' (vers 5).
In 1 Kor. 11:14 gaat Paulus lijnrecht in tegen de opdracht die Nazireeers kregen: Nooit het haar laten knippen. (Num. 6, Richt. 13) Het is dus belangrijk om naar de lijn van de hele Bijbel te kijken bij dit soort onderwerpen.

In 1 Kor. 14 heeft Paulus het vervolgens over de diensten die rommelig waren doordat er misverstanden waren over tongentaal, profetie en de positie van mannen en vrouwen binnen de bijeenkomsten.
In 1 Kor. J4.' S4 staat in de grondtaal, Laat uw vrouwen zwijgen tijdens de diensten. Dit ging dus over de vrouwen van de gemeente in Korinthe, (1 Kor. 11) die respectloos, met onbedekt hoofd, baden en profeteerden. Zij mochten dus wel bidden en profeteren in de gemeenten (dat kan niet zwijgend) maar alleen als zij dat deden met respect naar de mannen.

Wat ook meespeelde is dat jongens van jongsaf aan werden onderwezen in de hele Torah, terwijl meisjes alleen een deel moesten leren. De mannen hadden dus in eerste instantie meer kennis. Paulus gaat hier tegen de gewoonte in om vrouwen onwetend te houden. Zij moesten immers thuis aan hun man vragen stellen zodat zij dezelfde kennis zouden vergaren als hun man. Pas daarna waren zij in staat om deze kennis eventueel over te dragen.

En 1Tim. 2:B staat dat Paulus wil dat de mannen bij iedere samenkomst bidden met opgeheven handen, dit wordt niet als algemene regel gezien! Maar dit was juist van groot belang. Als de mannen gaan staan tijdens het bidden en hun handen opheffen nemen zij hun positie in als echtgenoot en 'hoofd’. Dit was voor die gemeente zeer belangrijk omdat de (rijke vrouwen) emancipeerden en zich daarbij overheersend opstelden.

Vreemd genoeg is het moeten 'zwijgen’ van vrouwen binnen de gemeente door sommigen als algemene regel aangenomen. Dat mannen moeten staan tijdens het bidden wordt niet nageleefd omdat het gezien wordt als een 'regel‘ die alleen op de cultuur van toen van toepassing was.

Het gedeelte in 1 Tim. 2 moet gelezen worden als een voorschrift van Paulus. Hij is daar heel duidelijk in: 'Ik wil ...’. Kijk met name naar vers 15. Dit is tegen de algehele lijn van de Bijbel in. Maar het was nodig om dit in te stellen in de gemeente van Efeze waar Timotheus op dat moment werkzaam was. De vrouwen namen daar de overhand en waren niet meer blij met het krijgen van kinderen.
In die tijd waren er rijke vrouwen (zie ook hand. 17:12) die waarschijnlijk zeer op het uiterlijk gericht waren.  

Tot slot:
Hand. 1:14-15
Bij de 120 mensen die in de bovenkamer bij elkaar kwamen waren de vrouwen ook aanwezig. De Heilige Geest werd op allen uitgestort.
in vers 8: " Wanneer de Heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van Mij getuigen.